Categorieën
technologie

Elon Musk Wint 2026: Waarom de IPO van OpenAI verbleekt bij die van SpaceX

Toen ik bijna drie jaar geleden begon met deze nieuwsbrief was ik ervan overtuigd dat technologie in snel tempo steeds belangrijker werd in ons leven. Toch had ik me nooit kunnen indenken dat AI in 2025 niet slechts een hele interessante sector zou zijn, maar zelfs de enige motor van de Amerikaanse economie.

Crypto werd lange tijd beschouwd als het wilde westen; vrijwel niemand, ik voorop, besefte dat de cryptosector aan de vooravond stond van de instroom van het grote geld uit de traditionele financiële wereld.

Musk ziet het helemaal voor zich: zijn eigen datacenters in de ruimte brengen met SpaceX.
Beeld gemaakt met Google Nano Banana Pro. Wat een naam.

Twee wereldtrends

Het zijn de twee trends die 2025 definieerden, waaruit blijkt dat de wereld fundamenteel verandert en afhankelijk is van een tweetal risicovolle innovaties:

1. AI motor van de economie

Volgens een recente analyse van de econoom Jason Furman kwam in de eerste helft van 2025 maar liefst 92% van de Amerikaanse bbp-groei voort uit investeringen in AI-infrastructuur. Als je deze specifieke tech-investeringen wegstreept, zou de Amerikaanse economie met slechts 0,1% zijn gegroeid. Wat oppervlakkig bekeken een groeiende economie lijkt, is in werkelijkheid stagnatie die gemaskeerd wordt door één enkele, risicovolle, gigantische kapitaalinjectie in datacenters en chips.

2. ‘TradFi’ neemt crypto over

Terwijl de media in 2025 vooral berichtten over een uitgeraasde cryptomarkt en retail-beleggers afhaakten, vond er onder de radar een enorme verschuiving plaats. Want 2025 was vreemd genoeg tegelijkertijd zowel een bearmarkt voor crypto, als het jaar van de grote institutionalisering. Terwijl die opschepperige oom en het bleke neefje op verjaardagen eindelijk hun klep hielden over crypto, heeft het grote geld (TradFi) in 2025 de cryptowereld in handen genomen:

* terwijl de koers van goud explodeerde en Bitcoin stagneerde, stroomde er in 2025 paradoxaal genoeg meer geld in Bitcoin dan in goud

* de RWA-explosie: De markt voor ‘Real World Assets’ (zoals getokeniseerde staatsobligaties) doorbrak de $30 miljard grens, een vertienvoudiging ten opzichte van 2022.

* stablecoins zoals USDT en USDC zijn niet langer alleen ‘gok-fiches’ voor beurzen, ze verwerkten dit jaar $1,25 biljoen per maand aan transacties, vergelijkbaar met wat Visa maandelijks verwerkt. Robeco noemt de zomer van 2025 zelfs ‘de stablecoin summer.’

Musk de ruimte in, Altman naar Disneyland

Het is voor OpenAI CEO Sam Altman extra pijnlijk dat uitgerekend midden in alle groeiende twijfel over de levensvatbaarheid van het bedrijfsmodel van OpenAI, zijn aartsvijand Elon Musk met SpaceX ook een mega-beursgang in gang heeft gezet.

Waar Elon Musk met SpaceX al jaren succesvol is in de ruimte, zijn bij Sam Altman’s OpenAI alleen de kosten stratosferisch. 

Hoe vreemd het ook klinkt: juist de twijfel over de enorme kosten van OpenAI aan enorme datacenters vol dure chips en servers, voedt de belangstelling voor de beursgang van SpaceX, dat serieus onderzoekt hoe het datacenters in de ruimte kan exploiteren. Waar Elon Musk met SpaceX al jaren succesvol is in de ruimte, zijn bij Sam Altman’s OpenAI alleen de kosten stratosferisch. Waar nu ook nog extra investeringen voor het inkopen van content-rechten bijkomen. De deal waarbij Disney $1 miljard betaalt voor een belang in OpenAI en daarbij voor een periode van drie jaar, waarvan een jaar exclusief, tweehonderd geanimeerde versies (zonder stem of gelijkenis van acteurs) van Disney-karakters van Yoda tot Black Panther en Mickey Mouse, in licentie geeft aan OpenAI, moet worden gezien als een knieval van OpenAI voor het auteursrecht en originele creativiteit.

De verliezen van OpenAI zijn zo schrikbarend hoog dat het die miljard Disney-dollars in een paar weken verbrandt. Feitelijk verkoopt OpenAI aandelen voor gebruik van intellectueel eigendom. OpenAI’s Sora mag gebruikers clipjes van maximaal dertig seconden laten maken met de gelicenseerde Disney-karakters, dus we hoeven geen nieuwe Star Wars of Toy Story te verwachten gemaakt door een hoogbegaafde puber die van wanten weet met Sora-prompts.

Zo toont Yahoo Finance de five-layer AI cake van Nvidia CEO Jensen Huang. De slagroom bovenop is volledig AI, want die zit er niet in de applicatie-laag.

AI-taart van Jensen Huang

Om te begrijpen waarom de ene beursgang (OpenAI) een ‘alles op rood”-gok aan de roulettetafel is en de andere een strategische zet in een langdurige oorlog (SpaceX), moeten we kijken door de lens van Nvidia-CEO Jensen Huang. Eerder beschreef ik al de AI-taxonomie van George Hotz en de pyramide van Huang lijkt daar sterk op.

Huang omschrijft het AI-ecosysteem als een “Vijflaagse Taart”: Energie, Chips, Infrastructuur, Modellen en Applicaties. (Waarom dit een taart is weet overigens niemand, in Engeland zal het ongetwijfeld de AI-trifle worden genoemd.)

De visie van Jensen Huang van Nvidia op de AI-waardeketen.
Beeld gemaakt met Google Nano Banana Pro.

De “Neijuan” van OpenAI

De waardering van OpenAI is gebaseerd op het verkeerde idee dat het een verdedigbaar monopolie op AI-software bezit. De realiteit is dat OpenAI in een staat verkeert van wat The Economist heeft gekozen als het niet-Engelstalige woord van het jaar: “Neijuan”.

Neijuan is Mandarijn voor “involutie“, ofwel “intense concurrentie met afnemende opbrengsten“. Het gevoel dat je steeds harder rent op een loopband, zonder een centimeter vooruit te komen. Dit concept vat de huidige crisis in de Modellaag perfect samen. OpenAI maakt van alles maar mist een echte ‘slotgracht’, een structureel concurrerend voordeel. Dan is zelfs een kleine miljard maandelijkse gebruikers een wankele basis.

Mickey Mouse als slop-alternatief

De kosten om LLM’s te trainen blijken nog steeds exponentieel, maar de prijs van intelligentie giert richting nul dankzij concurrenten als Google Gemini, Anthropic en DeepSeek. Tot overmaat van ramp wordt de wereld overspoeld met wat The Economist koos als het algemene Woord van het Jaar: “Slop“. Inhoudsloze AI-woordbagger. De meeste zelfbenoemde AI-experts op LinkedIn zijn ware slop-gravers.

Mediagiganten onderkennen de worstelingen van OpenAI met het leveren van relevnte content. Disney’s recente deal van $1 miljard met OpenAI is daarom geen teken van kracht; het is een verdedigend alternatief in een slopvolle wereld. Mickey Mouse als slop-alternatief.

De visie van Huang op de AI-waardeketen illustreert vooral waar de waarde verdampt uit de “Model”-laag (OpenAI) en wordt herwonnen in de “Infrastructuur- en chips”-lagen (SpaceX, ASML, Nvidia). Kort samengevat: de softwaremakers betalen zch tureluurs aan de hardwarebedrijven. Terwijl software misschien de wereld opeet, zoals het cliché luidt, stuurt hardware de rekening. Vooruit af te tikken.

ASML Europa’s meest waardevolle bedrijf

Taosha Wang van Fidelity International vatte deze verschuiving perfect samen in een Bloomberg-analyse over investeringen in 2026:

“Ik zou stellen dat de hardwaresector als geheel een grotere ‘moat’ (slotgracht) heeft en defensiever is dan de softwaresector.”

gedurende 2025. De ene chipmaker (Broadcom of Nvidia) is de ander niet (Arm); zie ook bij datacenters het verschil (Coreweave vs. Equinix).

De markten zijn het daarmee eens. ASML is nu Europa’s meest waardevolle bedrijf. Tijdens een goudkoorts koop je niet de mijn, oftewel het datacenter; je koopt de maker van de schoppen en de houwelen (Nvidia, Broadcom), waarbij ASML het ultieme monopolie bezit. Nvidia overweegt de H200-productie voor de Chinese markt te verhogen.

De maand december bood een harde les in het verschil tussen de technologie bezitten en deze huren, waarbij Broadcom en Oracle klappen kregen op de beurs. Maar enige nuancering – naast nederigheid is mijn genuanceerde inborst mijn beste eigenschap – blijft cruciaal. Broadcom heeft een goed gevulde orderportefeuille, terwijl Oracle vooral een koper blijft van hardware: het maakt geen chips en servers, maar software.

Datacenters tussen de sterren?

Als OpenAI de beperkingen van de huidige generatie AI vertegenwoordigt, vertegenwoordigt SpaceX de ontsnapping naar het volgende tijdperk. De meest ingrijpende ontwikkeling voor 2026 is niet een betere chatbot; het is de snel aan terrein winnende gedachte dat datacenters in de ruimte de logische volgende fase zijn.?

Door het extreme energie- en waterverbruik is de groei van datacenters wereldwijd een steeds groter probleem. Trump’s goedkeuring voor meer AI-datacenters stuit op weerstand van zijn eigen kiezers. SpaceX bevindt zich in een unieke positie om dit op te lossen door de “Infrastructuur”- en “Energie”-lagen van Jensen Huang’s taart naar een baan om de aarde te verplaatsen. Investeerder Gavin Baker legt de potentie van datacenters in de ruimte goed uit in deze video.

Het verplaatsen van AI-rekenkracht naar een baan om de aarde biedt in theorie een duurzame oplossing voor energie- en koelingsproblemen, door gebruik te maken van de altijd aanwezige zonne-energie en de lage temperatuur. Hierdoor zouden vervuilende brandstoffen en waterverslindende koelsystemen niet langer nodig zijn, terwijl de rekendichtheid kan toenemen zonder het stroomnet te belasten.

Het idee is om gebruikers rechtstreeks met de datacenters te verbinden, waardoor vertragende tussenstappen zoals zendmasten, wijkkasten en glasvezelkabels overbodig worden. Beleggers lopen daarom in polonaise achter de IPO van SpaceX aan, hoewel Musk’s obsessie met leven op Mars risico toevoegt.

“Spaceservers” voorlopig fata morgana

Er is een reden dat ik een voorbehoud maak en benadruk dat datacenters in de ruimte ‘in theorie’ allerlei voordelen hebben. Want in de praktijk zullen datacenters in de ruimte, laat ik het spaceservers noemen, op veel lastig op te lossen fysieke beperkingen stuiten. Zo is onderhoud aan de servers praktisch onmogelijk, want ik zie astronauten niet snel een harde schijf in een server verwisselen. Daarnaast tast kosmische straling chips aan, waardoor SpaceX is aangewezen op verouderde hardware in plaats van moderne superchips.

Bovendien vormt het luchtledige in de ruimte een paradoxaal koelingsprobleem: omdat er geen lucht is om warmte af te voeren, blijft hitte hangen, vergelijkbaar met een thermosfles. Daardoor zijn gigantische, kwetsbare radiatoren nodig om de servers niet te laten smelten, wat de hele constructie complex en duur maakt.

Daarnaast is de bandbreedte naar aarde een elementair probleem. Terwijl satellieten prima zware berekeningen kunnen uitvoeren (zoals AI-training), is de capaciteit om die data terug te sturen via radiofrequenties veel te beperkt om miljoenen gebruikers van snel breedbandinternet te voorzien. Lasercommunicatie biedt meer capaciteit, maar wordt vaak geblokkeerd door wolken, waardoor het onbetrouwbaar is als directe vervanging voor glasvezel. Kortom, het zal nog even duren voor je Emily in Paris zult streamen vanaf een datacenter ergens tussen je bank en de maan.

Conclusie voor 2026

Je zou als belegger kunnen concluderen dat alle AI-hype te risicovol is en kijken naar het veilige Apple, hoewel dat allerlei leiderschapswissels ondergaat. Maar als we elke laag van Jensen Huang’s taart afromen– van de spaceservers van Starlink tot de H200-chips van Nvidia – blijft er één gemene deler over: koper.

Ik hoor het u denken, om met Bram Moszkowicz te spreken; koper?! Maar zoals Bloomberg’s investeringsgids voor 2026 opmerkt, is de AI-revolutie in de kern een elektriciteitsrevolutie. Of er nieuwe hoogspanningslijnen op aarde worden gebouwd om datacenters te ondersteunen, of duizenden satellieten worden bekabeldin de ruimte, het fysieke medium van de toekomst is hetzelfde als tijdens de industriële revolutie.

Met dit soort bizarre, onvoorspelbare resultaten lijkt het veiliger om de Nasdaq Composite te kopen dan individuele aandelen.

Taosha Wang van Fidelity wijst daarom op koper als optie om risico’s als inflatie en het knappen van de AI-bubble af te dekken. Het is een nederig stemmende realisatie: we kunnen dromen van Algemene Kunstmatige Intelligentie (AGI), maar zonder koper blijft het allemaal een wensdroom.

Alle geluk en gezondheid gewenst en tot in het nieuwe jaar!

Categorieën
technologie

AI van groeimotor tot gevaar voor de wereldeconomie

Beeld gemaakt met Midjourney.

Deze week wilde ik minder aandacht besteden aan AI, omdat het vooral de laatste maanden een te vaak uitgekauwd onderwerp is. Maar toen was er afgelopen week dit nieuws:

  • afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez, een mogelijke deelnemer aan de Amerikaanse presidentiële voorverkiezingen, vreest dat er een AI-bubble is die de Amerikaanse economie bedreigt en overheidsingrijpen vereist zal zijn, net zoals tijdens de bankencrisis;
  • David Sacks, de speciale adviseur van president Trump over crypto en AI, beaamde dat veertig procent van de Amerikaanse economische groei dit jaar veroorzaakt wordt door investeringen in AI, met name AI-infrastructuur. Sacks maakt zich in tegenstelling tot Ocasio-Cortez geen zorgen en gokt erop dat de eventuele winsten de onvermijdelijke verliezen op AI-investeringen zullen terugverdienen;
  • de New York Times publiceerde een onthullend en onthutsend artikel waaruit blijkt dat OpenAI bewust het risico nam om levens in gevaar te brengen, vooral van jongeren, door het onbeperkt slijmerige en zelfmoord-aanmoedigende gedrag van ChatGPT-4. OpenAI heeft minimaal vijf rechtzaken tegen zich lopen voor ‘wrongful death’, ofwel in mijn lekentaal ‘dood door schuld’;
  • in gerelateerd nieuws berichtte de Washington Post dat character.ai, de populaire service voor chats met AI-bots die zich uitgeven voor iedereen van Socrates tot Harry Potter, sinds afgelopen maandag gebruik door kinderen onder de achttien jaar blokkeert;
  • voor (zover bekend minimaal) de tweede keer hallucineert Deloitte een rapport in elkaar dat het waarschijnlijk met een AI-tool vervaardigde, in opdracht van een overheid. Dit keer was het slachtoffer een Canadese provincie dat een rapport over de gezondheidszorg ontving waarin niet bestaande onderzoeken werden geciteerd. Het rapport kostte $1.6 miljoen – maar het zijn Canadese dollars hoor, dus dat Deloitte is zo duur nog niet – nadat eerder de Australische overheid voor ruim een half miljoen dollar een door Deloitte met Microsoft CoPilot vervaardigd rapportje kreeg toegestuurd. Toen gaf Deloitte wel sportief korting, maar het is niet voor niets een bedrijf met een ronkende ‘purpose & values’-webpagina. Vooral de alinea over ethiek en integriteit heeft een hoog Jiskefet-gehalte.

De invloed van de doorbraak van AI is inmiddels niet alleen op technologisch vlak, maar ook op economisch, maatschappelijk en juridisch gebied wereldwijd onontkoombaar. Daarom zocht ik deze week zowel naar zoveel mogelijk feiten en onderzoeken die inzichten verschaffen in daadwerkelijk succes van AI-toepassingen, als naar de financieel-economische risico’s voor de samenleving.

The Economist: bedrijfsmatig AI-gebruik stagneert

Volgens The Economist verwachten beleggers dat het gebruik van AI sterk zal toenemen, maar wijzen recente onderzoeken juist op een stagnerende acceptatie van AI door het bedrijfsleven. Amerikaanse data tonen dat slechts elf procent van de werknemers AI gebruikt en dat dit percentage is gedaald, vooral bij grote bedrijven. Drie jaar na de start van de generatieve AI-golf blijkt de vraag naar de technologie opvallend zwak.

Dit is een andere weergave van dezelfde bubble als het Midjourney-plaatje boven.
Bron: Morgan Stanley Research.

Amerikaanse economie verslaafd aan AI-uitgaven

De Wall Street Journal is de bron van het artikel dat Trumps crypto & AI-tsaar David Sacks citeerde, waaruit blijkt dat de economische groei in de VS dit jaar sterk is gestimuleerd door investeringen in datacenters en alle hardware-heerlijkheid die daarin staat. Een ommekeer, of het geheel klappen van een AI-bubble, veroorzaakt vrijwel zeker een recessie. De Amerikaanse economie lijkt namelijk structureel afhankelijk geworden van enorme AI-investeringen.

In de eerste helft van 2025 kwam bijna de helft van de reële bbp-groei voort uit zakelijke uitgaven aan AI zoals chips, datacenters en infrastructuur, aangevoerd door Microsoft, Amazon, Alphabet en Meta. De stijgende waarderingen van AI-aandelen hebben daarnaast het vermogen van huishoudens (door beleggingen) opgestuwd, wat volgens schattingen $180 miljard extra aan consumentenbestedingen opleverde. Deze afhankelijkheid creëert het geschetste systeemrisico: als het vertrouwen in AI zou wegvallen kan het bbp binnen een jaar tot anderhalf procent dalen en kan de economie in een recessie belanden.

Genesis: het nieuwe Manhattan-project?

Volgens de scepticus Gary Marcus is de door Ocasio-Cortez gevreesde aanstaande ‘bailout’ van AI-bedrijven door de Amerikaanse overheid al begonnen. Bedrijven zouden worstelen met enorme kosten en twijfelachtige rendementen en stiekem de overheid benaderen voor steun bij bouw en financiering van datacenters en andere infrastructuur. Marcus wijst op het door Trump aangekondigde project Genesis als mogelijk mechanisme om chip-overcapaciteit op te slaan zodat de sector kunstmatig overeind blijft.

De Genesis-missie moet één Amerikaans nationaal programma worden dat enorme wetenschappelijke datasets en supercomputers bundelt om AI-modellen te bouwen die doorbraken in geneeskunde, energie en nationale veiligheid versnellen. Het project steunt zwaar op rekencapaciteit van nieuwe publiek-private samenwerkingen met Nvidia, AMD, Dell, Oracle en mogelijk Amazon AWS, Microsoft Azure en Google Cloud. De financiering is nog onduidelijk en zal waarschijnlijk congresgoedkeuring vereisen.

Volgens Marcus lijkt project Genesis sterk op eerdere financiële reddingsoperaties van de overheid, zoals tijdens de bankencrisis, waarbij publieke middelen worden ingezet om onacceptabele private risico’s te dekken en wordt geprobeerd te verhullen dat de AI-industrie minder gezond is dan veel beleggers denken.

Fred Wilson beantwoordt de “AI bubble question”

De legendarische investeerder Fred Wilson (Twitter, Etsy, Coinbase) ziet de markt voor AI als twee gescheiden werelden met elk een eigen dynamiek.

  • In de infrastructuurlaag stapelen investeringen zich op in chips, datacenters en modeltraining, waarbij de kosten torenhoog zijn en de opbrengsten onzeker.
  • In de applicatielaag ontstaat intussen echte waarde met snelle adoptie van praktische AI-tools en sectorgerichte toepassingen.

Volgens Wilson is hierdoor eerder sprake van een bubbel rond infrastructuur dan rond toepassingen die wél tractie en duurzame groei laten zien. Investeringen in AI-infrastructuur lopen sterk op maar het is onzeker of de bijbehorende vraag zal volgen.

Wilson onderbouwt zijn stelling met een verwijzing naar het model van Evan O’Donnell, die stelt dat de huidige bouwgolf van AI-infrastructuur is te vergelijken met de internet-bubbel rond het jaar 2000, met forse kapitaalinjecties voorafgaand aan breed gebruik. Voor rendement moet AI-gebruik de komende jaren snel stijgen, want het grote geld kan dan pas binnenkomen. Als ’token-consumptie’, de hoeveelheid taaleenheden die een AI-model gebruikt om een opdracht te verwerken, niet voldoende groeit of de efficiëntie niet verbetert, dreigt overcapaciteit en uiteindelijk een forse financiële correctie – en dat is nog mild uitgedrukt.

Evan O’Donnell’s AI-dashboard

Het achterliggende model koppelt CAPEX in AI-infrastructuur aan vereiste omzet en tokenvolume en laat zien hoeveel gebruik nodig is om de investeringsgolf economisch houdbaar te maken.De tracker beoordeelt of de groei van AI-inferentie tokens hoog genoeg is om de enorme investeringen in enorme datacenters en peperdure GPU’s te rechtvaardigen. Daarvoor is tot 2026 een maandelijkse (!) groei van negen tot twaalf procent nodig.

De feitelijke groei ligt met dertien tot zeventien procent iets hoger, al is bij partijen als Alphabet en OpenRouter al vertraging zichtbaar. De data van Alphabet, Microsoft, Meta, OpenAI en OpenRouter tonen dat het gebruik nog steeds stijgt maar sterk uiteenloopt per aanbieder. O’Donnell verwacht dat de volgende kwartaalcijfers van Google, die in februari bekend worden, cruciaal zullen zijn.

Sutskever: AI gaat van opschaling naar onderzoek

Ilya Sutskever is een van de belangrijkste onderzoekers in kunstmatige intelligentie en medeoprichter van OpenAI, waar hij met heibel vertrok en daarna het bedrijf Safe Super Intelligence (SSI) begon, dat vooral bekend werd omdat de website bestond uit één pagina. Het belemmerde investeerders niet om SSI te waarderen op $20 miljard.

Sutskever zette tijdens een gesprek met Dwarkesh Patel uiteen dat de periode waarin schaalvergroting (smijten met geld naar meer servers voor meer rekenkracht) AI vooruit hielp, achter ons ligt. De kern van de uitdaging zit volgens Sutskever in generalisatie: huidige modellen scoren sterk op benchmarks maar falen bij eenvoudige, echte taken. Sutskever komt vervolgens tot deze opvallende uitspraak:

“Deze (de huidige LLM’s, MF) modellen generaliseren op de een of andere manier gewoon dramatisch slechter dan mensen. Het is iets heel fundamenteels.”

Zonder diens naam te noemen, is het duidelijk dat Sutskever hiermee een steek onder water uitdeelt aan zijn voormalige compagnon, OpenAI CEO Sam Altman, die stelde dat AI nog dit jaar de intelligentie zou bereiken van een promovendus. Sutskever is ervan overtuigd dat AI nu een nieuw tijdperk ingaat:  het tijdperk van onderzoek, waarin nieuwe ideeën en algoritmes belangrijker zijn dan brute schaalvergroting  Hij richt SSI op onderzoek naar methodes die leren en generaliseren dichter bij menselijke efficiëntie brengen en AI veiliger maken.